Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening Zandvoort 2012

Sub a gemeentelijk monument De vijftig-jaargrens zoals die geldt voor rijksmonumenten is niet voor gemeentelijke monumenten overgenomen zodat de verordening de mogelijkheid biedt om karakteristiek naoorlogs erfgoed dat (nog) niet op de rijkslijst kan komen, toch te beschermen. Sub b gemeentelijke monumentenlijst Dit betreft de lijst waarop de gemeente de, overeenkomstig de verordening aangewezen monumenten, registreert. Het plaatsen op de monumentenlijst heeft geen rechtsgevolg en is slechts een administratieve handeling. Het is de aanwijzing tot gemeentelijk monument die rechtsgevolg beoogt en het is inzichtelijker om de aanwijzing en de plaatsing op de lijst uit elkaar te trekken. Zie ook de toelichting op artikel 3, lid 1, en artikel 7. Sub c beschermd rijksmonument Een begripsomschrijving van een 'beschermd rijksmonument' in de gemeentelijke monumentenverordening is nodig omdat dit een voorwaarde is voor de bevoegdheid voor het college om vergunningen voor de wijziging en sloop van rijksmonumenten te verlenen. De overige bepalingen met betrekking tot rijksmonumenten wordt geregeld in de Monumentenwet 1988. Sub e beschermd gemeentelijk dorpsgezicht De aanwijzing als gemeentelijk dorpsgezicht is een erkenning van het bijzondere cultuurhistorische karakter van een gebied. Doorgaans bestaat dit karakter uit een samenspel van de stedenbouwkundige structuur, het aanzien van de bebouwing en de wijze waarop grond en gebouwen worden gebruikt. De bestaande situatie wordt niet bevroren. Een beschermd dorpsgezicht behoudt zijn dynamische karakter. Nieuwe gebouwen kunnen worden ingepast in de historische structuur en ook veranderingen in het gebruik passen in het historische karakter. Sub f beeldbepalende panden Beeldbepalende panden leveren een duidelijk aandeel aan het beeld van de omgeving. Om te beoordelen of een pand beeldbepalend is wordt onder andere gekeken naar de maatverhoudingen van het pand tot de omgeving, de gevelindeling, de verhouding tussen open en gesloten vlakken, de detaillering en het materiaalgebruik. De aanwijzing van beeldbepalende panden biedt op zichzelf geen bescherming tegen aantasting of sloop. Daarvoor is het nodig dat de bescherming van de beeldbepalende panden vertaald wordt naar bestemmingsplannen en welstandscriteria. De afmetingen van de beeldbepalende panden worden geregeld in het bestemmingsplan, door aanduiding op de plankaart en het vastleggen van de bestaande goot- en bouwhoogten en pandbreedtes in de voorschriften. Als hierover in het Bouwbesluit andere eisen zijn opgenomen, dan kan het bevoegd gezag vrijstelling van het bestemmingsplan verlenen voor een andere goot- en bouwhoogte en pandbreedte. Sub j commissie voor Welstand en Monumenten De commissie voor Welstand en Monumenten is een commissie die adviseert aan het bevoegd gezag. De inschakeling van een commissie vloeit voort uit de Monumentenwet. In artikel 15 van deze wet is bepaald dat de gemeente in een verordening de inschakeling van een commissie moet regelen die adviseert aan het bevoegd gezag over aanvragen van vergunningen als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet. De wetgever geeft hier aan dat het college geen keuzevrijheid heeft ten aanzien van het instellen van een commissie. Een commissie die op een later moment wordt aangesteld ter opvolging van de commissie Welstand en Monumenten, wellicht als aparte Monumentencommissie of onder een andere naam, wordt voor de toepassing van deze verordening aan de commissie Welstand en Monumenten gelijk gesteld. Sub t gemeentelijke archeologische waardekaart De gemeentelijke archeologische waardekaart biedt een praktische oplossing in het geval dat nog geen Malta-proof bestemmingsplan is vastgesteld maar er toch op grond van gemeentelijk historisch onderzoek mogelijk archeologische sporen in de bodem kunnen worden aangetroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel