Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 38

Toezichthouders

Onderdeel van Erfgoedverordening Zandvoort 2012

De basis voor deze bevoegdheid wordt gevonden in de bepalingen van de Awb. Bij toezicht op de naleving hoeft er geen sprake te zijn van enig vermoeden van overtreding van een wettelijk voorschrift. Dit in tegenstelling tot opsporing. Het bestuur heeft de taak na te gaan of bijvoorbeeld de voorschriften van een vergunning in acht worden genomen. Indien mocht blijken dat in strijd met enig voorschrift wordt gehandeld wordt eerst overwogen of bestuursrechtelijke middelen kunnen worden gehanteerd, zoals het intrekken van de vergunning of het toepassen van bestuursdwang. Mocht bij uitoefening van het toezicht blijken dat een wettelijk voorschrift wordt overtreden, wordt de vraag gesteld naar de verhouding tussen toezichthoudende en opsporingsbevoegdheden. Het is van belang er op te letten waar toezicht overgaat in opsporing in verband met de waarborgen die de verdachte toekomen. De door het bevoegd gezag aangewezen personen in het kader van het toezicht op de naleving van de verordening kunnen ruimten binnen treden voor zover het geen woningen betreft. Dit kan ook van belang zijn voor het doen van bouwhistorisch onderzoek voor een goede beoordeling van de cultuurhistorische waarde.

Rechtspraak bij dit artikel