Monumenten (artikel 3a)
De spoedprocedure kan in een situatie die ernstige gevolgen heeft voor de monumentale waarden van het betreffende object, bewerkstelligen dat binnen korte tijd de verbodsbepalingen van de verordening van toepassing zijn door versnelde aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijke monument. Hierbij moet er sprake zijn van directe dreiging van het verloren gaan van al beschreven of benoemde cultuurhistorische waarden door sloop of verbouw via een vergunningaanvraag of als er sprake is van illegale sloop- en bouwactiviteiten waardoor het nodig is de spoedprocedure in te zetten om erger te voorkomen. Het college is het bevoegd gezag om de spoedprocedure in te zetten.
Beeldbepalende panden (artikel 27 lid 2)
Ook bij beeldbepalende panden kunnen zich situaties voordoen waarin een spoedaanwijzing gewenst is. Ook hier gaat het om gevallen waarin er sprake is van directe dreiging van het verloren gaan van al beschreven of benoemde cultuurhistorische waarden door sloop of verbouw of als er sprake is van illegale sloop- en bouwactiviteiten.
Het verschil in de aanwijzingsprocedure tussen een monument en een beeldbepalend pand is gelegen in het feit dat op de aanwijzing van een monument afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en op de aanwijzing tot een beeldbepalend pand niet. De spoedprocedure voor monumenten houdt in, dat afdeling 3.4 Awb èn het welstandsadvies achterwege blijven. De spoedprocedure voor beeldbepalende panden houdt in, dat alleen het welstandsadvies achterwege blijft. In beide gevallen kan bewerkstelligd worden dat per direct een aanwijzing kan plaatsvinden, waardoor de verbodsbepalingen van de verordening van toepassing zijn.
Hoofdstuk
Artikel 3a
en 27 Spoedprocedure aanwijzing
Onderdeel van Erfgoedverordening Zandvoort 2012