1. Een collectieve vervoersvoorziening, zoals bedoeld in artikel 22 onder b van de verordening kan bestaan uit:
a. het gebruik van het Aanvullend Openbaar Vervoer;
b. het gebruik van het Aanvullend Openbaar Vervoer samen met een persoon die de noodzakelijk geachte begeleiding van de belanghebbende op zich neemt.
2. De belanghebbende die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening genoemd in het eerste lid van dit artikel krijgt een WMO-pas en kan tegen betaling van het in artikel 16 lid 2 onder a van dit Besluit genoemde tarief gebruik maken van het Aanvullend Openbaar Vervoer.
3. Iedere inwoner van Vlaardingen, Maasluis of Schiedam kan tegen betaling van € 5,00 in het bezit komen van een niet-WMO-pas. Houders van een niet-WMO-pas kunnen tegen betaling van het in artikel 16 lid 2 onder b van dit Besluit genoemde tarief gebruik maken van het Aanvullend Openbaar Vervoer.
4. De belanghebbende die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening als bedoeld in lid 1 onder b van dit artikel mag één begeleider ten laste van het college laten meereizen met het Aanvullend Openbaar Vervoer.
5. De belanghebbende die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening als bedoeld in lid 1 onder a van dit artikel mag één persoon laten meereizen tegen het tarief dat wordt gevraagd voor WMO-pashouders zoals genoemd in artikel 16 lid 2 onder a van dit Besluit.
6. Houders van een niet-WMO-pas zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel mogen één persoon laten meereizen tegen het tarief dat wordt gevraagd voor niet-WMO-pashouders zoals genoemd in artikel 16 lid 2 onder b van dit Besluit.
Hoofdstuk 5
Artikel 18
Collectieve vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012 Versie 2