Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Voorwaarden persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012 Versie 2

1. Een persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de Wet wordt alleen verstekt ten aanzien van individuele voorzieningen. 2. Verstrekking van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de belanghebbende. 3. Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de belanghebbende problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget (o.m. ernstige schuldenproblematiek, medische of psychisch-sociale problemen); b. reeds eerder op grond van de Verordening een persoonsgebonden budget is verstrekt en deze op grond van artikel 34 en 35 van de Verordening is ingetrokken en/of teruggevorderd, tenzij tijdens onderzoek duidelijk is geworden dat de belanghebbende deze problemen met het omgaan met een persoonsgebonden budget niet meer zal hebben. c. uit onderzoek duidelijk is geworden dat een voorziening niet langdurig adequaat is voor de belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel