Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 2 › paragraaf 2.1

Artikel 17

subsidiabele kosten

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda 2011

1.. Tot de in artikel 16 eerste, tweede en derde lid genoemde subsidiabele kosten behoren: ► de kosten in verband met het restaureren van monumentale onderdelen; ► de kosten van het bouwtechnisch herstellen van het casco, gemaakt van historische materialen; ► de kosten in verband met het opheffen van gebreken aan beeldbepalende onderdelen van de in het gemeentelijk monumentenregister beschreven waardevolle bouwonderdelen. ► de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen; ► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de constructeur volgens geldend adviseurstarief, met een maximum van 10% van de goedgekeurde subsidiabele kosten; ► de kosten in verband met onvoorziene werkzaamheden tot een maximum van 5% van de bouwkosten; ► de legeskosten voor de omgevingsvergunning en de kosten voor eventuele andere vereiste vergunningen; ► de verschuldigde omzetbelasting; 2.. Niet voor subsidie komen in aanmerking de kosten van voorzieningen genoemd in het eerste lid die worden gerekend tot regulier onderhoud. 3.. De aanvrager kan, met een door het college daartoe beschikbaar te stellen formulier, verzoeken tot de subsidiabele kosten genoemd in het eerste lid te rekenen de voorafgaand aan de uitvoering door het college goedgekeurde kosten wegens onvermijdelijk meerwerk of de kosten ten gevolge van onvoorziene maar noodzakelijke wijzigingen in het treffen van de voorzieningen. 4.. Tot de in artikel 16 vierde lid genoemde subsidiabele kosten behoren: ► de onderzoekskosten; ► de verschuldigde omzetbelasting. 5.. Indien werkzaamheden waarvan de kosten vallen onder de het eerste lid genoemde subsidiabele kosten, in zelfwerkzaamheid worden verricht dan behoren bij de berekening van de in artikel 17 eerste, tweede en derde lid genoemde subsidiabele kosten in ieder geval de volgende kosten: ► het honorarium van de architect, de kosten van het dagelijks toezicht, de aanbestedingskosten en de kosten van de constructeur, met een maximum van 10% van de goedgekeurde subsidiabele kosten; ► de legeskosten voor de omgevingsvergunning en de kosten voor eventuele andere vereiste vergunningen; ► de materiaalkosten; ► de verschuldigde omzetbelasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel