Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 2 › paragraaf 2.1

Artikel 19

subsidieverlening

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda 2011

1.. Het college verbindt aan de subsidieverlening de verplichtingen dat: a.. de werkzaamheden binnen twaalf weken na de bij het besluit tot verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart, onder schriftelijke mededeling hiervan aan het college; b.. de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid, worden uitgevoerd door een erkende aannemer en erkende eventuele onderaannemers; c.. de eigenaar na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het gemeentelijk monument bewaart en onderhoudt in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht; d.. de subsidieaanvrager een schriftelijke verklaring ondertekent waarin hij verklaart dat hij: in geval van verkoop van het gemeentelijk monument binnen vijf jaar na de dagtekening van het besluit tot vaststelling van de subsidie de uitbetaalde subsidie aan de gemeente zal restitueren, met dien verstande dat op het te restitueren bedrag in mindering zal worden gebracht een bedrag gelijk aan 20% van de verleende subsidie voor elk vol jaar dat de aanvrager, te rekenen vanaf de dagtekening van het besluit tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie, eigenaar van het gemeentelijk monument is geweest; het gemeentelijk monument na het gereed melden van de werkzaamheden zal bewaren en onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht. 2.. Het bepaalde in het eerste lid sub d.1. is niet van toepassing als de verleende subsidie minder bedraagt dan € 2.500,-- euro. 3.. Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de subsidieaanvrager kan het college tijdens de uitvoering van de werkzaamheden de subsidieaanvrager, na opgave per kalenderkwartaal van de werkelijk gemaakte kosten, tot ten hoogste 85% van de verleende subsidie bevoorschotten.

Rechtspraak bij dit artikel