**1..** Het college verbindt aan de subsidieverlening de verplichtingen
dat:
**a..** de werkzaamheden binnen twaalf weken na de bij het besluit tot
verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart, onder
schriftelijke mededeling hiervan aan het college;
**b..** de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid,
worden uitgevoerd door een erkende aannemer en erkende eventuele
onderaannemers;
**c..** de eigenaar na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is
verleend, de woning bewaart en onderhoudt in de staat waarin het
door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is
gebracht;
**d..** de subsidieaanvrager een schriftelijke verklaring ondertekent,
waarin hij verklaart dat hij in geval van verkoop van de
gecreëerde woning(en) of onttrekking van de gecreëerde
woning(en) aan de woningvoorraad binnen vijf jaar na de
dagtekening van de vaststelling van de subsidie de uitbetaalde
subsidie aan de gemeente zal restitueren, met dien verstande dat
op het te restitueren bedrag in mindering zal worden gebracht
een bedrag gelijk aan 20% van de verleende subsidie voor elk vol
jaar dat de aanvrager, te rekenen vanaf de dagtekening van het
besluit tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie tot de
datum van overdracht van eigendom of onttrekking aan de
woningvoorraad, eigenaar van de woning(en) is geweest.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid onder d is niet van toepassing
als de verleende subsidie minder bedraagt dan € 2.500,--.
**3..** Op een daartoe strekkend en gemotiveerd verzoek van de
subsidieaanvrager kan het college tijdens de uitvoering van de
werkzaamheden de subsidieaanvrager, na opgave per
kalenderkwartaal van de werkelijk gemaakte kosten, tot ten
hoogste 85% van de verleende subsidie bevoorschotten.
hoofdstuk 2 › paragraaf 2.2
Artikel 25
subsidieverlening
Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing Gouda 2011