**1..** Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
voor het beheer of onderhoud van de weg; of
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand.
**2..** Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1 m
wordt gelaten op voetpaden en van 2m op de rijbaan voor fietsers
of gemotoriseerd verkeer.
**3..** Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
uitstallingen en reclameborden.
**4..** Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
verbod in het eerste lid.
**5..** Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
.
**6..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19; en
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
verleend.
**7..** Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor nader door
het college bepaalde categorieën onder door het college nader
bepaalde voorwaarden mits:
minstens drie weken voor het geplande gebruik
schriftelijk kennisgeving hiervan is gedaan aan het
college via het daarvoor door of namens het college
vastgestelde meldingsformulier;
het college niet binnen twee weken na ontvangst van die
kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;
voldaan wordt aan de nader door het college vastgestelde
algemene voorschriften als vermeld op het
meldingsformulier.
Het verbod in het eerste lid is niet van
toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van
de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale
wegenverordening.
Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij
niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2009