Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
gezag:
houtopstanden te vellen of te doen vellen binnen een door
het college van burgemeester en wethoudersaangewezen gebied
('Groene Kaart'), tenzij in het ‘Bomenbeleid’ is bepaald dat
geen vergunning benodigd is voor het vellen;
houtopstanden te vellen of te doen vellen die zijn opgenomen
op een door het college van burgemeester en wethouders
vastgestelde lijst ('Bomenlijst');
houtopstanden te vellen of te doen vellen, voor zover het
gemeentelijke bomen betreft.
houtopstanden te vellen of te doen vellen, voor zover de
bomen buiten de bebouwde kom zijn gelegen en particulier
eigendom zijn, niet zijnde gemeentelijke bomen.
Zolang het college van burgemeester en wethouders geen
gebied heeft aangewezen of lijst heeft vastgesteld, is het
verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
houtopstand te vellen of te doen vellen.
Het in het eerste en tweede lid genoemde verbod geldt niet
voor:
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit
niet-geknotte populieren of wilgen;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden, tenzij het gaat
om hoogstamvruchtbomen;
fijnsparren en andere coniferen, niet ouder dan 12 jaar,
bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor
in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed;
het periodiek knotten of kandelaberen van knotbomen en
leibomen als cultuurmaatregelen;
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is
buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
over het totale aantal rijen;
houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van
het bevoegd gezag;
het periodiek vellen van houtopstand op natuurterreinen ter
uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
reguliere onderhoud.
De vergunning, als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en
dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
De vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde
dat deze vervalt als hier geen gebruik van is gemaakt binnen
een jaar nadat dit feitelijk is toegestaan.
Ingeval van bijzondere omstandigheden kan hiervoor in de vergunning
een langere termijn worden opgenomen.
Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder
nader te stellen voorschriften.
Indien het bevoegd gezag overeenkomstig het vorige lid een
herplantplicht oplegt maar uitvoering hiervan in ruimtelijke
zin niet tot de mogelijkheden behoort, kan het bevoegd gezag
aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de
vergunningaanvrager een vergoeding verschuldigd is. Het
bevoegd gezag stelt nadere regels vast omtrent de wijze
waarop de hoogte van de vergoeding gebaseerd op boomwaarde,
wordt bepaald.
Ingeval een houtopstand in strijd met het verbod van artikel
4:11 is geveld, kan het bevoegd gezag, onverminderd zijn
bevoegdheid tot het opleggen van een bestuursrechtelijke
sanctie, de zakelijk gerechtigde op de grond of degene die
uit andere hoofde bevoegd is voorzieningen te treffen, de
verplichting opleggen een vergoeding te voldoen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2009