Een persoon met beperkingen, kan voor de in artikel 5.1. onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien:
aantoonbare beperkingen het gebruik van een collectief systeem, als bedoeld in artikel 5.1 onder a. onmogelijk maken dan wel;
een collectief systeem, als bedoeld in artikel 5.1 onder a., niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Het primaat van het collectief systeem van vervoer
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2008