Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 18, onder c en d vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht, wanneer aantoonbare beperkingen:
het gebruik van het collectief vervoer, als bedoeld in artikel 18, onder a onmogelijk maken dan wel dat dit ontoereikend is;
het gebruik van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 18, onder b onmogelijk maken dan wel dat dit ontoereikend is en
het gebruik van of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
Hoofdstuk 5
Artikel 20
Het primaat van de collectieve vervoersvoorziening en financiële tegemoetkoming
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zeist 2011