Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 3

Artikel 10

Sancties

Onderdeel van Subsidieverordening welzijnswerk Margraten

1.. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot opschorting van het verstrekken van voorschotten of de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de instelling wijzigen, indien: de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden; de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvrage tot subsidieverlening zou hebben geleid, of de subsidieverlening onjuist was en de instelling dit wist of behoorde te weten; veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate verzetten tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van subsidie. 2.. De intrekking werkt terug tot het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. 3.. De beschikking, bedoeld in het eerste lid, regelt tevens de gevolgen ervan, waarbij de instelling zoveel mogelijk in staat wordt gesteld haar op grond van reeds verleende subsidies aangegane verplichtingen behoorlijk na te komen. 4.. Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid vergoeden burgemeester en wethouders de onevenredige schade die de instelling lijdt doordat zij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan zij zonder subsidie zou hebben gedaan. 5.. De subsidieverlening kan niet worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt vijf jaren zijn verstreken. 6.. Voor de toepassing van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders inzage dan wel door het bestuur van de instelling gewaarmerkte afschriften of fotokopieën vragen van boekhoudkundige of administratieve bescheiden als een contributie- of bijdragenregister.

Rechtspraak bij dit artikel