**1..** Ten aanzien van de vóór 1 januari 1996 reeds bestaande gebouwen en accommodaties voor buitensport, zulks met uitzondering van ruitersport, geldt dat de subsidie ingevolge artikel 34 lid 2 onder c. kan worden verhoogd tot:
voor verenigingen die gebruik maken van de voetbal- en hockey-accommodaties: 85% van de huurkosten c.q. van de bijdragen in de ten laste van de gemeente blijvende kapitaallasten en onderhoudskosten van de velden, kleedlokalen, kantines en verdere aanhorigheden;
voor verenigingen die gebruik maken van de handboogschietaccommodatie: 60% van de huurkosten van de banen, kleedaccommodaties, kantines en overige aanhorigheden;
voor verenigingen die gebruik maken van de tennisaccommodaties: 30% van de huurkosten c.q. van de bijdragen in de ten laste van de gemeente blijvende kapitaallasten en onderhoudskosten van de banen, oefenkooien, kleedlokalen, kantines en overige aanhorigheden.
**2..** Indien toepassing van een of meer bepalingen van hoofdstuk 2, 3 en 4 ertoe leidt dat een instelling die op grond van enige vóór de inwerkingtreding van deze verordening geldende subsidieregeling recht op subsidie zou hebben en op grond van deze verordening geen recht op subsidie heeft, of slechts recht heeft op een lager subsidie, kan met betrekking tot 2001 alsnog een subsidie worden verleend overeenkomstig de vóór de inwerkingtreding van deze subsidieverordening geldende subsidieregeling ter hoogte van 100 %. In 2002 bedraagt dit subsidie 50 % van het verschil. In 2003 en volgende jaren is geen recht op subsidie ingevolge dit artikel.