Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.6.1.1

Aangepaste fiets(voorziening)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012 Versie 2

Indien de belanghebbende een groot deel van zijn vervoersbehoefte voor deelname aan het maat-schappelijk verkeer kan en wenst in te vullen per fiets en door zijn beperkingen onmogelijk gebruik kan maken van een gewone, algemeen gebruikelijk fiets, kan hij in aanmerking komen voor een aangepaste fiets of voor aanpassing aan een algemeen gebruikelijke fiets. Criteria fietsvoorzieningen algemeen: 1. Cliënt kan geen gebruik maken van een gewone, algemeen gebruikelijke fiets; 2. De fiets is medisch en ergonomisch geschikt en noodzakelijk; 3. De voorziening biedt een oplossing voor een relevant deel van de vervoersbehoefte; 4. Er is geen alternatieve of goedkopere vervoersmogelijkheid; 5. Fietsen maakt al deel uit van het verplaatsingspatroon / van het dagelijks functioneren; 6. De fiets wordt frequent gebruikt; 7. Stallingsruimte is aanwezig of kan binnen redelijke termijn door de belanghebbende gecreëerd worden. Wijze van verstrekken De voorziening wordt eigendom van de belanghebbende. Bij kinderen wordt een normale (kinder)driewieler als algemeen gebruikelijk beschouwd en komt derhalve niet voor verstrekking in aanmerking. Nota bene: bij de afweging of een cliënt in aanmerking komt voor een aangepaste fiets(voorziening) dient meegenomen te worden of aanpassing van een eigen vervoer¬middel (bijvoorbeeld eigen fiets of brommer) tot de mogelijkheden behoort. Hierbij kan gedacht worden aan zijwielen aan een fiets voor de stabiliteit, een aanpassing aan het stuur of een speciaal zadel, voor zover niet algemeen gebruikelijk. Indien aanpassing van een eigen vervoermiddel voldoende compenseert en goedkoper is dan de verstrekking van een aangepaste fiets(voorziening) wordt aanpassing van de eigen vervoersvoorziening geadviseerd en vergoed. De aanpassing wordt volledig vergoed mits de betreffende voorziening een resterende technische levensduur heeft van 5 jaar. Een aangepaste fiets wordt niet vaker dan eens in de vijf jaar verstrekt. Bij de in eigendom verstrekte fietsvoorzieningen wordt de voorwaarde gesteld dat de fietsvoorziening op een afgesloten plek wordt gestald (niet noodzakelijk overdekt). Onderhoud, verzekering en dergelijke zijn de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende.

Rechtspraak bij dit artikel