Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.6.1.4

Rolstoelfiets

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Nieuwe Waterweg Noord 2012 Versie 2

De rolstoelfiets is een fiets met plateau aan de voorzijde, waar de belanghebbende zittend in de rolstoel opgereden en meegenomen kan worden. Het betreft passief vervoer per fiets. Voor dergelijk vervoer zijn ook zijspannen voor aan een fiets, waarin een rolstoel kan worden geplaatst, beschikbaar. Een andere mogelijkheid om met een belanghebbende zittend in een rolstoel te fietsen is een koppeldeel, welke geplaatst wordt tussen een gewone fiets en een rolstoel. Het zal van individuele omstandigheden afhangen welke voorziening geschikt is. De rolstoelfiets wordt meestal aangevraagd door de ouders van een gehandicapt kind. Met deze voorziening kunnen zij met hun kind een stuk gaan fietsen, op bezoek gaan bij familie en vrienden en boodschappen doen. Het gaat dan om kinderen die te groot zijn geworden voor een gewoon fietsstoeltje en medisch/ergonomisch niet in staat zijn om zelf met een driewiel- of een duofiets te fietsen. Voordat een rolstoelfiets wordt toegekend, dient bekeken te worden of er alternatieve oplossingen te bedenken zijn. Wellicht is er een alternatief voor de verplaatsingsbehoefte aan te geven. Als een belanghebbende gebruik kan maken van een aangepaste fiets zal daarnaast geen rolstoelfiets worden verstrekt. De rolstoelfiets moet voorzien in de behoefte van de familie om samen iets te doen bij gebrek aan enige andere mogelijkheid. Als er een goedkopere geschikte voorziening is zal deze worden toegekend. Bekeken zal worden of het fietsen al voor het indienen van de aanvraag een onderdeel van het verplaatsingspatroon van de belanghebbende is. Zat het kind bijvoorbeeld altijd al in een fietsstoeltje achterop en ging men zo regelmatig boodschappen doen of uitstapjes maken? Een rolstoelfiets zal niet snel verstrekt worden als de belanghebbende er slechts incidenteel gebruik van zal maken. Er zal pas toekenning plaatsvinden als duidelijk is dat men zeer regelmatig zal gaan fietsen, er dus een regelmatige verplaatsingsbehoefte is. Er zal altijd een begeleider moeten fietsen met de rolstoelfiets. Tijdens de passing kan beoordeeld worden of de voorziening kan worden gehanteerd en of de voorziening wel voldoet aan de behoefte. Het voortbewegen en manoeuvreren ervan vergt namelijk behoorlijk wat vaardigheden en kracht. Proefrijden kan worden overgeslagen als aangetoond kan worden dat er al ervaring met de voorziening is opgedaan. Er zal een geschikte stalling voor de voorziening beschikbaar moeten zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van de (verzorgers van de) belanghebbende. Een woningaanpassing voor stalling zal in principe niet vanuit de Wmo gefinancierd worden. Een ieder wordt geacht zijn fiets te kunnen stallen. Voor sommige aangepaste fietsen worden in voorkomende gevallen alleen de deuren van bergingen verbreed, omdat de fiets er anders niet in kan.

Rechtspraak bij dit artikel