Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5. › Paragraaf 2.

Artikel 10.

Wonen in een geschikt huis

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Best (2012)

Lid 1. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit hetnormaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt en waar men hoofdverblijf heeft. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging,tuin of balkon. Lid 2. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffenten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid 3. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijkergeschikt te maken woning waardoor een verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat wordtdeze mogelijkheid eerst beoordeeld. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien nu en in de toekomst te verwachten aanpassingen van de woning het in artikel 12, lid 2 van het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning genoemde bedrag te boven gaat. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden tenaanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt, met uitzondering van de in lid 5 genoemde voorziening. Lid 5. Een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten zoalsvermeld in artikel 12, lid 2 van het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning kan verstrekt worden indien belanghebbende besluit om te verhuizen naar een aangepaste of een goedkoper aan te passen woning dan de reeds bewoonde woning. Lid 6. In afwijking van het gesteld in het eerste en tweede lid kan een individuele voorziening getroffenworden voor het bezoekbaar maken van één woning indien belanghebbende zijn of haar hoofdverblijfheeft in een AWBZ instelling. Bij het bezoekbaar maken bestaat het te behalen resultaat uit het kunnen bereiken van de woning, de woonkamer en één toilet. Voor het bezoekbaar maken geldt eengemaximeerde financiële tegemoetkoming zoals vermeld in artikel 12, lid 3 van het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning. De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woonruimte staat. Lid 7. Indien het in het eerste lid genoemde resultaat alleen te bereiken is door een aanbouw of eenaanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van een verhuurder die bereid is deaangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen aan personen met een beperking zal: een losse woonunit verstrekt worden indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard bestaan. indien een losse woonunit niet mogelijk is en de bouwkundige of bouwtechnische voorziening meer bedraagt dan € 20.000,- en leidt tot waardevermeerdering van de woning, dient dat deel van de voorziening door de belanghebbende zelf te worden bekostigd. Het college legt in de beleidsregels voorzieningen Wmo nadere regels vast omtrent de toepassing van deze bepaling. Lid 8. Het bepaalde in lid 2 is niet van toepassing indien: de noodzaak tot het treffen van een individuele voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden om te verhuizen was; op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat het treffen van een individuele voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak; belanghebbende niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor van tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college; belanghebbende voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar bewoond te worden of verhuisd in naar een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op zorg; het een bouwkundige of een bouwtechnische voorziening betreft aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, en bij kamerverhuur; het een bouwkundige of een bouwtechnische voorziening betreft aan specifiek op senioren of mensen met beperkingen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zowel in gemeenschappelijke ruimten als in de wooneenheden zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden; de voorziening betrekking heeft op aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten anders dan hellingbanen en extra trapleuningen en anders dan automatische deuropeners bij wooncomplexen gebouwd voor het jaar 2003; de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel