Lid 1.
Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit hetaanwezig zijn van kleding en linnengoed in gewassen en zonodig gestreken, opgevouwen of
opgehangen staat.
Lid 2.
Met het oog op het beschikken over schone was kan een individuele voorziening worden getroffen tenaanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was.
Lid 3.
Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijnwerkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.
Lid 4.
Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare was- en/ofstrijkservice die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken
resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld.
Lid 5.
Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden tenaanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.
HOOFDSTUK 5. › Paragraaf 2.
Artikel 12.
Beschikken over schone was
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo Best (2012)