Lid 1.
De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of elektronisch plaatsvinden.
Lid 2.
Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier) plaatsvindt wordt dit peromgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden.
Lid 3.
Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het gesprek aanwezig is, dit ondertekendeverslag als aanvraagformulier beschouwd.