**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit.
**3..** Voorts geldt het eerste lid niet voor een inrichting waarin een horecabedrijf of een slijtersbedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en horecawet, wordt uitgeoefend, alsmede de daarbij behorende open aanhorigheden en voor publiek toegankelijke plaatsen waarvoor een ontheffing, als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en horecawet geldt;
**4..** Aan de onder lid 2 en 3 genoemde vrijstellingen kunnen nadere regels gesteld worden.
**5..** De exploitatie van een horecabedrijf, waarop een vrijstelling als in de leden 2 en 3 van toepassing is, dient zodanig te geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**6..** De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de houder van de inrichting; de vergunning is niet overdraagbaar.
**7..** Naast de houder dient er minimaal een beheerder op de vergunning vermeld te worden.
**8..** Bij de aanvraag dient een niet meer dan drie maanden tevoren ten behoeve van de houder(s)/beheerder(s) afgegeven verklaring omtrent het gedrag overgelegd te worden.
**9..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2014, wijziging 2019 (APV)