Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:57

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2014, wijziging 2020

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 3.. Het college kan buiten de bebouwde kom gebieden aanwijzen waar honden alleen aangelijnd mogen verblijven of lopen. 4.. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, onder b, geldt niet op de door het college aangewezen plaatsen (de zogenaamde losloopplaatsen). Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1.. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. 3.. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel