Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 1

(gewijzigd bij raadsbesluit op 13 december 2010)

Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand 2002

Een raadslid wendt zich tot de betreffende ambtenaar met een verzoek om: feitelijke informatie van geringe omvang; inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn. Een ambtenaar verleent ambtelijke bijstand als bedoeld in het eerste lid tenzij: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; het andere bijstand dan omschreven in het eerste lid betreft; de taakuitoefening van de betreffende ambtenaar hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en het schriftelijke advies en/of de ambtelijke bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht. Indien de ambtenaar van oordeel is, dat een van de uitzonderingen, genoemd in het tweede lid, van toepassing is, meldt hij dit aan de directeur van het programma. Indien de directeur van oordeel is dat het verzoek geweigerd moet worden, richt hij zich tot de secretaris. De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het tweede lid geweigerd wordt. Indien de bijstand op grond van het tweede lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de raadsgriffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel