Naar hoofdinhoud
1.. De raad stelt een programma-indeling vast. 2.. De raad stelt op voorstel van het college per programma waar mogelijk relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de beoogde maatschappelijke effecten, de uitvoering van het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke productie van goederen en diensten. 3.. Bij de programmabegroting en de programmarekening wordt inzicht gegeven in de toedeling van producten aan de programma’s. 4.. Het college biedt een kadernota ter vaststelling aan de raad aan. Deze kadernota gaat in op speerpunten in de programma’s en algemene dekkingsmiddelen, en op de financiële kaders van de programmabegroting voor de volgende 4 begrotingsjaren 5.. De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de totale lasten en baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen, inclusief de opgenomen investeringskredieten, mutaties van reserves en dotaties aan voorzieningen. 6.. Het college informeert de raad via minimaal één tussentijdse programmarapportage in het lopende jaar over de afwijkingen in de realisatie van het voorgenomen beleid in de programmabegroting. 7.. De inrichting van de programmarapportage sluit aan bij de programma-indeling van de programmabegroting. 8.. Na afloop van het begrotingsjaar wordt via de programmarekening verantwoording afgelegd over de uitvoering van de programma’s inclusief de realisatie van investeringen en de besteding van daarvoor beschikbaar gestelde kredieten en de mutaties in reserves en voorzieningen.

Rechtspraak bij dit artikel