**1..** De ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1 wordt verleend, tenzij:a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;b. dit het belang van de gemeente kan schaden;c. de taakuitoefening van de betreffende ambtenaar dan wel van het organisatieonderdeel, waar de betreffende ambtenaar werkt, hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd.
**2..** De secretaris of een aangewezen ambtenaar beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.
**3..** Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris of een aangewezen ambtenaar dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
**4..** De secretaris of een aangewezen ambtenaar kunnen in het geval, als bedoeld onder sub c. van het eerste lid, besluiten om voor de te verlenen bijstand externen in te schakelen. De secretaris of een aangewen ambtenaar stellen de griffier van dit besluit in kennis.
Paragraaf 1.
Artikel 2.
Artikel 2.
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2002