Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verbodsbepaling

Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening Zwijndrecht 2012

Het is verboden zonder of in afwijking van een gebruiksvergunning van burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te nemen of te gebruiken voor zover daarin: Bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan vier personen; Dagverblijf zal worden verschaft aan: meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of meer dan tien lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen. Het is verboden zonder of in afwijking van een gebruiksmelding een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voorzover daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn. Het tweede lid is niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van een inrichting waarvoor een gebruiksvergunning is vereist. Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met inachtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 5. Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning. Een gebruiksmelding als bedoeld in het tweede lid dan wel een aanvraag tot een gebruiksvergunning als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de naam- en adresgegevens van de aanvrager en de inrichting en dient in tweevoud te worden vergezeld van een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner mag zijn dan 1:1000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner mag zijn dan 1:100 bij een gebouw met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2 en niet kleiner dan 1:200 bij een grotere oppervlakte. Op de  plattegrondtekening is aangegeven: a. schaalaanduiding; b. per bouwlaag: -     hoogte van de vloer boven het meetniveau; -     gebruiksoppervlakte, en -     maximaal aantal personen; c. per ruimte: -     vloeroppervlakte; -     gebruiksbestemming; -     bij ruimten voor meer dan 25 personen, de hoogste bezetting van die ruimte, en -     opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in de artikelen 2.3.1 en 2.3.2 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken; d. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn: -     brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies; -     vluchtroutes; -     draairichting van deuren; -     zelfsluitende deuren als bedoeld in de artikelen 2.1.5 en 2.3.3 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken; -     sluitwerk van deuren als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken; -     vluchtroute-aanduidingen; -     noodverlichting; -     oriëntatieverlichting als bedoeld in artikel 2.3.10 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken; -     brandmeldcentrale en brandmeldpaneel; -     brandslanghaspels; -     mobiele brandblusapparaten; -     droge blusleidingen; -     brandweeringang; -     sleutelkluis of -buis, en -     brandweerlift. De aanduidingen zijn conform NEN 1414: 2007, voor zover deze norm daarin voorziet. Indien de inrichting in gebruik wordt genomen ten behoeve van een evenement waarvoor op grond van artikel 224 van de Algemene Plaatse Verordening Zwijndrecht een evenementenvergunning is aangevraagd, wordt de aanvraag evenementenvergunning gelijk gesteld aan een aanvraag om een gebruiksvergunning als bedoeld in het eerste lid dan wel een gebruiksmelding als bedoeld in het tweede lid. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel