Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Berekening van de subsidie

Onderdeel van Deelverordening Jeugdwerk

De jaarlijkse subsidie voor plaatselijk overkoepelende organisaties wordt als volgt berekend: Een basisbedrag van € 975 in 2013 respectievelijk € 950 vanaf 2014; Een bedrag per aangesloten jeugdvereniging van € 488 in 2013 respectievelijk € 475 vanaf 2014. De jaarlijkse subsidie voor hobbyverenigingen wordt als volgt berekend: Een basisbedrag van € 975 in 2013 respectievelijk € 475 vanaf 2014; Een bedrag per contribuerend jeugdlid van € 14,63 in 2013 respectievelijk € 14,25 vanaf 2014. De jaarlijkse subsidie voor verenigingen voor kindervakantiewerk wordt als volgt berekend: Een basisbedrag van € 3.900 in 2013 respectievelijk € 3.800 vanaf 2014; Een bedrag per betalende deelnemer van € 14,63 in 2013 respectievelijk € 14,25 vanaf 2014. De jaarlijkse subsidie voor scoutingverenigingen wordt als volgt berekend: Een basisbedrag van € 4.875 in 2013 respectievelijk € 4.750 vanaf 2014; Een bedrag per speltak (leeftijd 4 t/m 22 jaar) van € 488 in 2013 respectievelijk € 475 vanaf 2014; Een bedrag per contribuerend jeugdlid van € 14,63 in 2013 respectievelijk € 14,25 vanaf 2014. De jaarlijkse subsidie voor speeltuinverenigingen wordt als volgt berekend: Een basisbedrag van € 5.850 in 2013 respectievelijk € 5.700 vanaf 2014; Een bedrag per contribuerend gezin van € 14,63 in 2013 respectievelijk € 14,25 vanaf 2014. Verenigingen die in het kader van deze deelverordening subsidie ontvangen en die worden geconfronteerd met bijzondere kosten kunnen in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie indien het college dit aangewezen acht. Het ijkjaar voor het bepalen van het ledenaantal is het jaar waarin de aanvraag om subsidie is ingediend ingevolge artikel 8 van de Algemene subsidieverordening. Voor verenigingen waarmee ten tijde van de inwerkingtreding van deze deelverordening al een subsidierelatie bestond, geldt het volgende: Indien het subsidiebedrag per jaar voor de inwerkingtreding van deze deelverordening afwijkt van het subsidiebedrag dat volgt uit de in het van toepassing zijnde lid (1 t/m 5) van dit artikel opgenomen berekeningswijze, geldt in afwijking van het in dat lid bepaalde dat gedurende drie jaren een verevening wordt toegepast bij de berekening van het bedrag van de jaarlijkse subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel