De subsidieaanvrager vermeldt in de begroting en de jaarrekening
het begrote respectievelijk het daadwerkelijke brutosalaris,
inclusief werkgeversdeel, van personen die een functie bij de
subsidieontvanger bekleden, die niet onder de werking van een
collectieve arbeidsovereenkomst valt.
De subsidieaanvrager verstrekt personen, die bij hem een functie
bekleden, daarvoor:
geen hoger belastbaar loon dan het gemiddelde belastbare loon
als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet Openbaarmaking
uit publieke middelen gefinancierde topinkomens, dan wel
na inwerkingtreding van de Wet normering bezoldiging
topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector, geen hogere
bezoldiging dan 77% van de bezoldiging zoals bedoeld in artikel
2.3, eerste lid, van die wet.
In het kader van de toepassing van het tweede lid geldt als
normbedrag het belastbaar loon dan wel de bezoldiging,
betrekking hebbende op het jaar voorafgaande aan het jaar van
indiening van de subsidieaanvraag.
Indien de subsidieontvanger een in het eerste of tweede lid
genoemde verplichting niet nakomt, kan de subsidie worden
verlaagd. In het geval van een of meer overschrijdingen van het
in het tweede lid, onder a of b, genoemde normbedrag, is de
verlaging gelijk aan de hoogte van de som van de
overschrijdingen, vermenigvuldigd met het aandeel van de
gemeentelijke budgetsubsidie in de totale inkomsten van de
subsidieontvanger.
HOOFDSTUK 1
Artikel 10
Maatschappelijk acceptabel beloningsbeleid
Onderdeel van Het vaststellen van de gewijzigde Algemene Subsidieverordening (ASV)