In afwijking van artikel 4:74 van de Awb dient de
subsidieontvanger jaarlijks vóór 1 juni volgend op het jaar
waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van
de subsidie in bij het college.
Indien de aanvraag na afloop van de genoemde termijn niet is
ingediend, stelt het college de subsidieontvanger een termijn
van vier weken binnen welke de aanvraag alsnog moet zijn
ingediend.
Indien na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn geen
aanvraag tot vaststelling is ingediend, stelt het college de
subsidie ambtshalve vast.
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:75 Awb bevat het
financieel verslag (ingeval de subsidieaanvrager subsidie en/of
financiële middelen ontvangt van respectievelijk bestuursorganen
van andere overheden en/of additionele financiers) een
specificatie ter verantwoording hoe de door het college
verstrekte subsidiegelden specifiek zijn aangewend ter
verwezenlijking van de gestelde doelen. Het college zal middels
steekproeven controleren of de verstrekte financiële gegevens
correct zijn en of de activiteiten zijn uitgevoerd.
Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing indien de
subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent
aan de subsidie.
Indien het jaarlijks in totaliteit verstrekte subsidiebedrag
meer dan € 100.000,-- bedraagt, dient het financieel verslag in
ieder geval te zijn voorzien van een accountantsverklaring.
Naast het bepaalde in artikel 4:78 van de Awb strekt de in
artikel 4:78 lid 1 bedoelde opdracht aan de accountant tevens
tot een onderzoek of de verstrekte gelden rechtmatig zijn
besteed overeenkomstig het bepaalde in of krachtens deze
verordening en of de aan de subsidieverlening verbonden
verplichtingen zijn nageleefd.
Van de verplichting tot overlegging van de in de vorige leden
genoemde bescheiden kan door het college ontheffing worden
verleend.