Een instelling dient het college onmiddellijk schriftelijk op de
hoogte te stellen van het voornemen tot ontbinding, het staken
van haar activiteiten en/of het niet meer functioneren
overeenkomstig haar doelstellingen. Indien het verstrekken van
subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, is de
subsidieontvanger in de in artikel 4:41 lid 2 van de Algemene
wet bestuursrecht genoemde gevallen daarvoor een vergoeding
verschuldigd aan het bestuursorgaan.
De hoogte van de vergoeding wordt bepaald aan de hand van de
waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien
verstande dat in geval van ontvangst van een schadevergoeding
voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het
bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt
ontvangen.
3.Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door
een onafhankelijke deskundige, aangewezen door het college.
4.Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen, waarin de
activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva met
toestemming van het college aan die derde worden overgedragen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 22
Vergoeding bij vermogensvorming
Onderdeel van Het vaststellen van de gewijzigde Algemene Subsidieverordening (ASV)