Subsidie wordt slechts verleend indien de activiteiten waarvoor
subsidie wordt gevraagd een gemeentelijk belang dienen en in
voldoende mate overeenstemmen met de door de raad en het college
geformuleerde beleidsdoelstellingen en prioriteiten.
De aanvrager dient te kunnen aantonen dat de verwachting
gerechtvaardigd is, dat de doelstellingen kunnen worden
gerealiseerd met de ter beschikking staande financiële middelen
met inbegrip van de te verlenen subsidie en dat er een
effectieve en doelmatige werkwijze wordt toegepast.
Indien de aanvrager zelf in de kosten van de activiteiten kan
voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
derden of een combinatie daarvan, wordt dit meegewogen in het
besluit tot subsidieverlening.
De activiteiten waarvoor subsidie gevraagd wordt, moeten open
staan voor personen binnen de doelgroep, waarbij binnen de
doelgroep door de aanvrager geen onderscheid gemaakt mag worden
naar levensbeschouwing, ras of seksuele voorkeur, tenzij dit
onderscheid een emancipatorisch doel dient.
Doelstelling en werkwijze van de subsidieontvanger mogen niet
strijdig zijn met het recht, het algemeen belang en/of openbare
orde.
Het college kan bepalen dat de subsidieaanvrager zich moet
aansluiten bij een overkoepelende organisatie, om in aanmerking
te komen voor subsidie.
HOOFDSTUK 1
Artikel 7
Criteria voor subsidieverlening
Onderdeel van Het vaststellen van de gewijzigde Algemene Subsidieverordening (ASV)