De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in artikel 9 van deze verordening niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
binnen 18 maanden na onherroepelijk worden van de vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt.
college gaat over tot intrekking nadat zij de houder van de vergunning gehoord heeft.