**1.** In deze verordening wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: bestuursorgaan, als bedoeld in de Woningwet,
artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan wel, bij het ontbreken van
een bestuursorgaan als bedoeld in dit artikel-lid, burgemeester en
wethouders;
bouwbesluit: de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in
artikel 2 van de Wo-ningwet;
bouwtoezicht: degene die ingevolge artikel 92, tweede lid, van de
Woningwet in sa-menhang met artikel 5.10 van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht belast is met het bouw- en
woningtoezicht;
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander mate-riaal, die op de plaats van bestemming hetzij
direct hetzij indirect met de grond verbon-den is, hetzij direct of
indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
functioneren;
gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het
Bouwbesluit;
hoogte van de weg: de hoogte van de weg zoals die door of namens
burgemeester en wethouders is vastgesteld;
NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut
uitgegeven norm;
NVN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut
uitgegeven voornorm;
straatpeil:
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct
aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die
hoofdtoegang;
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg
grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang
bij voltooiing van de bouw;
omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning voor een
bouwactiviteit als be-doeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van
de Wet algemene bepalingen omgevings-recht;
weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande
wegen of paden daaron-der begrepen de daarin gelegen bruggen en
duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten,
alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide
par-keerterreinen.
**2.** In deze verordening wordt mede verstaan onder:
bouwwerk: een gedeelte van een bouwwerk;
gebouw: een gedeelte van een gebouw.