Naar hoofdinhoud
De verdeling van de uit artikel 4 voortvloeiende bevoegdheden tussen de algemene raad, het dagelijks bestuur en de voorzitter zal, behoudens de in deze regeling aangegeven uitzonderingen en met inachtneming van het bepaalde in artikel 33 lid 1 van de wet, zijn zoals deze in de wet is of zal worden geregeld ten aanzien van onderscheidenlijk de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Bij de uitoefening door de bestuursorganen van de hun toekomende bevoegdheden vinden de voor de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester in de wet gestelde regelen zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel