Indien een woningzoekende dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte, kan hij aan burgemeester en wethouders verzoeken hem een urgentieverklaring te verstrekken. In afwijking van het gestelde in de eerste volzin wordt de urgentieverklaring ambtshalve verstrekt, indien de dringende behoefte gebaseerd is op stadsvernieuwing. In dat geval zijn de artikelen 2.5.3., lid 1, 2.5.4., lid 1 en 2.5.5., lid 1 niet van toepassing.
De urgentieverklaring houdt het volgende in:
de erkenning dat verhuizing van de woningzoekende noodzakelijk is;
de toezegging dat de woningzoekende dientengevolge gedurende een periode van zes maanden na de datum van verstrekking van de urgentieverklaring voorrang krijgt bij de toewijzing van een bepaald soort woonruimte (voor wat betreft woningtype, woninggrootte en huurprijs) in de regio;
de mededeling dat de woningzoekende gedurende drie maanden na de datum van verstrekking van de urgentieverklaring zelfstandig dient te reageren op krachtens artikel 2.6.4 aangeboden woonruimte die voldoet aan de in sub b. bedoelde omschrijving;
de toezegging dat, indien – als gevolg van het ontbreken van passend aanbod in de regionale woningkrant - na drie maanden geen (andere) woonruimte is verkregen, burgemeester en wethouders overeenkomstig artikel 2.5.5 bemiddeling zullen verlenen;
de mededeling dat de in artikel 2.5.6 lid 2 omschreven gevallen leiden tot intrekking van de urgentieverklaring.
In afwijking van het in lid 2, onder sub b. tot en met e. gestelde geldt voor een urgentieverklaring die wordt verstrekt op grond van stadsvernieuwing:
de urgentie wordt verstrekt tenminste 18 maanden voor de verwachte sloopdatum en geeft de woningzoekende voorrang bij de toewijzing van een bepaald soort woonruimte (voor wat betreft woningtype, woninggrootte en huurprijs);
zolang nog geen andere woonruimte is verkregen, blijft de urgentie van kracht tot de sloop van de woning;
de voorrang geldt uitsluitend voor woonruimte in de gemeente waar de te slopen woning zich bevindt;
de woningzoekende dient zelfstandig te reageren op krachtens artikel 2.6.4. aangeboden woonruimte, met uitzondering van de woningzoekende die een nieuwbouw huur- of koopwoning in de eigen wijk wil betrekken. Deze categorie woningzoekenden wordt bemiddeld.
de mededeling dat de in artikel 2.5.6., lid 2 sub a. en b. omschreven situaties leiden tot intrekking van de urgentieverklaring.
De in lid 3 sub a. tot en met e. genoemde bepalingen zijn ook van kracht indien de stadsvernieuwingsurgentie in verband met renovatie wordt verstrekt. Van de in lid 3 sub a. vermelde minimale termijn van 18 maanden kan worden afgeweken.