Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
intrekken, indien:
de vergunninghouder de daarin vermelde woonruimte niet
binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening
van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft
genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.4
Intrekking
Onderdeel van Huisvestingsverordening Alkmaar 2007