Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19, 20 en
21 van de wet
burgemeester en wethouders aan de eigenaar van een ter
beschikking gekomen woonruimte die behoort tot de in artikel
2.6.1, eerste lid, aangewezen categorieën een voordracht tot
verhuring van de woonruimte aan een door burgemeester en
wethouders aangegeven woningzoekende doen.
Voor plaatsing op de in het vorige lid bedoelde voordracht
komen in aanmerking de woningzoekenden die:
beschikken over een urgentieverklaring, (nog) geen
passende woonruimte hebben verkregen ingevolge het
bepaalde in artikel 2.5.2 lid 2 en derhalve zijn
aangewezen op bemiddeling ingevolge artikel 2.5.5
lid 1, òf
aangewezen zijn op bemiddeling ingevolge artikel
2.5.5. lid 2 in geval van onvrijwillige dakloosheid
als gevolg van een calamiteit, òf
behoren tot de navolgende categorieën:
statushouders;
gehandicapten aangewezen op een ingrijpend
aangepaste woning (aanpassingskosten meer dan €
5.000,--);
woongroepen;
personen die verblijven in een
blijf-van-mijn-lijf-huis;
personen die in aanmerking komen voor
bijzondere woonvormen, zoals begeleid wonen voor
geestelijk- en lichamelijk gehandicapten, voor
ex-gedetineerden, voor (ex-) psychiatrisch
patiënten en dergelijke.
a. Binnen 2 weken nadat de eigenaar het ter beschikking
komen van de woonruimte heeft gemeld of anderszins is
gebleken dat de woonruimte ter beschikking is gekomen,
zenden burgemeester en wethouders een voordracht van ten
hoogste 3 woningzoekenden, of berichten zij aan de eigenaar
dat geen voordracht zal worden gedaan. Van de voordracht
worden de desbetreffende woningzoekenden door burgemeester
en wethouders schriftelijk in kennis gesteld.
Binnen 2 weken na ontvangst van de voordracht dient
de eigenaar de woningzoekende(n) te benaderen en
burgemeester en wethouders schriftelijk te berichten
of met (één van) de voorgedragen woningzoekende(n)
een huurovereenkomst afgesloten zal worden. Indien
de eigenaar de voorgedragen woningzoekende(n)
weigert, dient hij de reden daarvan aan burgemeester
en wethouders te berichten. Burgemeester en
wethouders stellen de voorgedragen woningzoekende(n)
hiervan in kennis en geven daarbij aan wat het
vervolg van de procedure zal zijn. Indien de
voorgedragen woningzoekende(n) de woonruimte weigert
(weigeren), dient (dienen) hij (zij) de reden
daarvan schriftelijk aan burgemeester en wethouders
te berichten.
Indien de voorgedragen woningzoekende(n) de woonruimte
weigert (weigeren), of de eigenaar de voorgedragen
woningzoekende(n) om naar het oordeel van burgemeester en
wethouders gegronde redenen weigert, kan een tweede
voordracht worden gedaan binnen 2 weken nadat burgemeester
en wethouders van de weigering in kennis zijn gesteld.
Voorgedragen woningzoekenden worden geacht geweigerd te
hebben, indien zij niet binnen 2 weken nadat zij van de
voordracht in kennis zijn gesteld aan de eigenaar of aan
burgemeester en wethouders hebben laten weten dat zij de
aangeboden woonruimte accepteren.
Indien de eigenaar niet binnen de gestelde termijn een
bericht als bedoeld in lid 3, sub b. heeft gezonden of als
hij de voorgedragen woningzoekende(n) zonder naar het
oordeel van burgemeester en wethouders gegronde reden
weigert, kunnen burgemeester en wethouders overeenkomstig
hoofdstuk IV van de wet tot vordering van de
woonruimte overgaan.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.6
Artikel 2.6.3
Voordracht
Onderdeel van Huisvestingsverordening Alkmaar 2007