Het college van burgemeester en wethouders wijst alleen dan een
standplaats toe indien de aanvrager staat ingeschreven op de in
artikel 3.5 of 3.6 genoemde lijst.
De standplaats wordt toegewezen aan een aanvrager wiens naam
bovenaan de lijst staat, met dien verstande dat gegadigden op de
in artikel 3.6 bedoelde voorrangslijst voorgaan boven de
gegadigden op de in artikel 3.5 genoemde wachtlijst.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, wordt bij de
toewijzing van de standplaats voorrang verleend aan aanvragers
die voor 1 maart 1999 in een woonwagen wonen of hebben gewoond
in de regio Noord-Kennemerland.
Bij de toepassing van het gestelde in lid 3 bepaalt het college
van burgemeester en wethouders de onderlinge
prioriteitsvolgorde.