Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op
een gebouw, aangewezen in artikel 4.2.1, te splitsen in
appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van boek 5 van het
Burgerlijk Wetboek, indien een of meer
appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik
van een of meer gedeelten van het gebouw als
woonruimte.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het
verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het
aangaan van een verbintenis daartoe door een rechtspersoon
met betrekking tot een gebouw als bedoeld in het eerste
lid.
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
bestuursrecht(positieve fictieve beschikking
bij niet tijdig beslissen) is van toepassing.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.2.2
Vergunningvereiste
Onderdeel van Huisvestingsverordening Alkmaar 2007