Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en
wethouders aangewezen ambtenaren.
Met de opsporing van de bij artikel 5.2 strafbaar gestelde
feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en
de in artikel 75 van de wet aangewezen ambtenaren belast
de in het eerste lid genoemde ambtenaren, voor zover zij door de
minister van justitie daartoe zijn aangewezen.
De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden
als genoemd in artikel 76, 77 en 78 van de wet.