1.De commissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dertigste
dag, volgend op die, waarop aan het gemeentebestuur is bekend gemaakt, dat
in de vacature is voorzien.
2.De voorzitter en de secretaris dragen er zorg voor, dat op het eerste lid
bedoelde tijdstip alle archiefbescheiden, die de commissie zelf heeft
opgemaakt, op last van burgemeester en wethouders onverwijld in verzegelde
envelop en gerubriceerd als “geheim” worden overgebracht naar de krachtens
de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats. Zij dragen er eveneens
zorg voor dat uitvoering wordt gegeven aan
het bepaalde in de navolgende leden van dit artikel.
3.Van de in het tweede lid bedoelde overbrenging wordt een verklaring van
overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 opgemaakt.
In deze verklaring wordt
melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, eerste lid, sub a. en
c. van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende
voor een periode van 75 jaar.
4.De originele bescheiden die de commissie heeft ontvangen van de
Commissaris van de Koningin of van de kandidaten worden onmiddellijk aan
deze teruggezonden.
5.De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er eveneens zorg
voor dat alle kopieën van de bescheiden als bedoeld in lid 2 alsdan
onverwijld worden vernietigd.
Hoofdstuk
Artikel 9.
Artikel 9.
Onderdeel van Verordening op de vertrouwenscommissie en een besluit instelling Vertrouwenscommmissie