Aanvragen om subsidieverlening, die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend en waarover bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden geacht op basis van deze verordening te zijn ingediend, tenzij dit tot een vermindering van de aanspraken van de aanvrager zou leiden.
Aanvragen om vaststelling van subsidie die op basis van de in het eerste lid van artikel 16 genoemde verordening is verleend, worden afgedaan op basis van die verordening.
Op een bezwaar- of beroepschrift dat op grond van de in het eerste lid van artikel 16 bedoelde verordening of tegen de beschikking op de aanvraag als bedoeld in het vorige lid is gericht, wordt beslist met toepassing van die verordening.