De aansturing van een sector of een bedrijf door een lid van de directieraad vindt plaats op basis van:
een door de directieraad vastgesteld jaarprogramma per sector, waarin afspraken zijn vastgelegd over de door de sector te leveren resultaten en de daarvoor in te zetten middelen;
een door het college vastgesteld managementstatuut per bedrijf, waarin afspraken zijn vastgelegd over de door het bedrijf te leveren resultaten en de daarvoor in te zetten middelen.
Teneinde in staat te zijn tot uitvoering van het jaarprogramma of het managementstatuut worden alle daartoe noodzakelijke bevoegdheden gemandateerd aan het sectorhoofd of het hoofd van het bedrijf. Deze mandaatbesluiten worden vastgelegd in een mandatenregister als bedoeld in artikel 5.