Ligplaatsvergunningen, afgegeven op grond van de verordening als genoemd in artikel 17, tweede lid, worden geacht vergunningen op grond van artikel 6 van deze verordening te zijn.
Aanvragen om vergunning waarop, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening.
De woonschepen die langer zijn dan de toegestane afmetingen, als genoemd in art. 6, lid 4, onderdeel d, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, mogen ligplaats blijven innemen. Bij verwijdering dient het woonschip dat deze ligplaats inneemt te voldoen aan de bepaling in art. 6, lid 4, onderdeel d.