Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Ligplaatsvergunning

Onderdeel van Woonschepenverordening Gemeente Emmen 2012

1. Op de op grond van artikel 4, derde lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van het college. 2. Bij een woonschip waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid is verleend, is uitsluitend één bij het schip behorende bijboot, niet zijnde een recreatieschip, tot een maximum van 10 m2 toegestaan, tenzij naar het oordeel van het college bezwaren bestaan die verband houden met de belangen die deze verordening beoogt te beschermen. 3. Het college beslist op een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag bij de gemeente is ontvangen. 4. Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien: a. de aanvrager niet een natuurlijk persoon is van tenminste 18 jaar, en tevens eigenaar van het schip; b. de aanvrager zich niet deugdelijk kan legitimeren als eigenaar van het schip en/of het schip niet deugdelijk kan identificeren; c. voor de ligplaats al vergunning is verleend; d. het woonschip langer is dan 23 meter, breder dan 5,5 meter, een hoogte boven de waterlijn heeft van meer dan 4 meter of een diepgang heeft van meer dan 2 meter; e. het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; f. het woonschip niet voldoet aan eisen van veiligheid en gezondheid, in slechte staat van onderhoud verkeert of ernstige constructieve gebreken heeft; g. het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; h. de aanvrager al een vergunning voor een andere ligplaats heeft; i. 1o – verzocht wordt toepassing te geven aan artikel 9 (overdragen ligplaatsvergunning), eerste lid, maar de aanvrager niet kan aantonen dat voor het (te vervangen) schip waarvoor de ligplaatsvergunning geldt, een andere vergunning kan worden verkregen danwel het schip blijvend buiten het openbaar water wordt gebracht; 2o – verzocht wordt om toepassing te geven aan artikel 9, tweede lid, maar de aanvrager, zijnde de koper van het schip waarvoor de ligplaatsvergunning geldt, niet middels overlegging van een koopovereenkomst kan aantonen dat hij de nieuwe eigenaar van het schip is. j. de aanvraag niet in overeenstemming is met de door het college gestelde regels op het gebied van de bijbehorende voorzieningen. 5. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip. 6. Aan een krachtens dit artikel verleende vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van: a. de openbare orde; b. volksgezondheid; c. veiligheid; d. de milieuhygiëne, en e. het aanzien van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel