De ontheffing kan worden ingetrokken:
op verzoek van de ontheffinghouder;
wanneer de ontheffinghouder het gebied, waarvoor de ontheffing is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende bedrijf of beroep beëindigt;
wanneer de voorwaarden zoals omschreven in artikel 3 niet meer aanwezig zijn;
wanneer de ontheffinghouder in strijd handelt met de ontheffing dan wel aan de ontheffing verbonden voorschriften; hetgeen blijkt uit een aan ontheffinghouder dan wel aan een bestuurder van een aan ontheffinghouder behorende voertuig, opgelegde kennisgeving van beschikking in het kader van de Wet op de Administratiefrechtelijke afdoening van verkeersvoorschriften, binnen de termijn waarop de ontheffing geldig is;
om redenen van openbaar belang.