1 In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
2 Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, aan de voorziening nadere verplichtingen verbinden.
3 Om voor de hieronder omschreven en opgesomde ondersteuning en voorziening in aanmerking te komen, dient de persoon te behoren tot de in artikel 2 lid 1 van deze verordening opgenomen en beschreven doelgroepen en als werkloos werkzoekende geregistreerd te zijn bij de CWI.
4 Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9 tot en met 15 nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
De voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden.
De weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen.
De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –vaststelling.
De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en premies.
De betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten.
Het vragen van een eigen bijdrage.
Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
5 Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5, lid 2 van deze verordening niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling.