De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, juncto artikel 35 2e lid sub a van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan niet kan delen.
De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft en die daarom de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen.
Voor de toepassing van dit artikel worden verzorgingsbehoevenden en verzorgenden, tussen wie een eerste- of tweedegraads bloedverwantschap bestaat, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.
Een dak- of thuisloze heeft geen recht op een toeslag.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Alkmaar