Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 25

subsidievaststelling

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften subsidieverstrekking

Het college stelt aan de hand van de door de organisatie geleverde rapportages, overige bescheiden en van waarnemingen van door ons daartoe aangewezen ambtenaren, vast of de organisatie de producten en diensten zowel naar aard, omvang als kwaliteit tot stand heeft gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de budgetregeling en het prestatieplan, waarop de subsidieverlening is gebaseerd. Indien ten minste de producten en/of diensten naar aard, omvang en kwaliteit tot stand zijn gebracht zoals deze zijn vastgelegd in de subsidieverlening, wordt de subsidie vastgesteld op het bij de verlening aangegeven bedrag. Indien de producten en/of diensten zoals deze zijn vastgelegd in de subsidieverlening niet of in mindere mate naar aard, omvang en kwaliteit tot stand zijn gebracht kan de subsidie evenredig lager worden vastgesteld. Alvorens een besluit als bedoeld in het derde lid te nemen, vindt overleg plaats met de organisatie. Indien toepassing van het derde lid niet het gevolg is van omstandigheden welke voor rekening van de organisatie behoren te komen en het in het derde lid bedoelde besluit gevolgen heeft welke aantoonbaar niet door de organisatie gedragen kunnen worden, kan in voor de organisatie gunstige zin van het derde lid worden afgeweken. Op een aanvraag tot subsidievaststelling wordt, mits deze aan alle wettelijke voorschriften voldoet, uiterlijk binnen zes maanden beslist, gerekend vanaf de datum waarop de aanvraag bij ons is binnengekomen.

Rechtspraak bij dit artikel