De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, mits aan één van de hierna genoemde voorwaarden is voldaan:
hond is:
gestorven, mits binnen twee maanden na overlijden een bewijs of verklaring daarvan van een dierenarts of door een door burgemeester en wethouders erkende instantie wordt overgelegd.
overgedragen aan een andere houder, mits binnen twee maanden na deze overdracht een deugdelijke verklaring wordt overgelegd, waaruit de naam en het adres van de nieuwe houder blijkt;
overgedragen aan een door burgemeester en wethouders erkend asiel, mits binnen twee maanden na deze overdracht een verklaring door dit asiel wordt overgelegd.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2010