**1..** Ieder lid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijk vragen stellen.
**2..** Deze vragen moeten, kort en duidelijk geformuleerd en voorzien van een toelichting, bij de voorzitter worden ingediend.
**3..** Indien tegen de beantwoording van de vragen wegens strijd met het openbaar belang bezwaar bestaat bij hem of hen, tot wie zij zijn gericht, wordt daarvan aan het betrokken lid met opgave van redenen mededeling gedaan.
**4..** De voorzitter zendt schriftelijke vragen terstond aan de leden en aan de pers, tenzij hij van oordeel is dat zich de situatie voordoet als bedoeld in het derde lid, in welk geval hij - zonodig na ruggespraak met het college - onmiddellijk in overleg treedt met de vragensteller(s).
**5..** Behoudens het bepaalde in het derde lid worden uiterlijk binnen vier weken de vragen met de toelichting en het antwoord aan de raad toegezonden. Kan deze termijn niet worden aangehouden dan deelt het college danwel de burgemeester zulks schriftelijk aan de raad mede onder vermelding van de oorzaak van de vertraging en volgt het antwoord zo spoedig mogelijk daarna. Zo nodig geeft het college danwel de burgemeester elke maand schriftelijk de oorzaak van de vertraging aan totdat het antwoord is gegeven.
HOOFDSTUK IV
Artikel 19
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad